Pensioen: je moet het weten te brengen
In het FD van 12 februari stelt de heer Gommer dat pensioencommunicatie radicaal anders moet. “Afrekenen met de 70%-norm en eigen verantwoordelijkheid afdwingen. Zolang we het zogenaamd goed blijven regelen zal niemand zich gaan interesseren.” Onorthodoxe methodes om mensen wakker te maken spreken ons aan, maar niet met een emmer ijs. Het blind vertrouwen slaat dan om in blind wantrouwen en dat werkt ook niet. Wij hebben ervaren dat mensen zich wel degelijk interesseren voor pensioen als je het relevant maakt, gaat brengen en aansprekend presenteert. En het helpt als ze een positief gevoel hebben bij de afzender. Mensen komen de informatie niet zelf halen, tenzij het pensioen in zicht komt. Ga het ook samen brengen met de HR-manager. Maar ook filiaalhouders van een COOP-supermarkt en een stewardessen van KLM hebben zich bewezen als effectieve pensioenwegwijzers voor collega’s. Verder bieden de gedragswetenschappen ontnuchterende en relevante invalshoeken voor communicatie. Zo willen mensen wel keuzevrijheid, maar niet kiezen. En als we kiezen doen we dat voornamelijk op emotionele gronden. Veel communicatie over pensioenen sluit hier niet op aan en is te rationeel.
Daarnaast pleiten wij ervoor om pensioen te brengen in samenhang met het vinden van de juiste balans tussen werkzaam leven en minder en niet-werkzaam leven, plannen, ambities enzovoort. Voor veel deelnemers aan een pensioenregeling zijn de inkomens zo laag dat de AOW de echte inkomensbron is voor later en het pensioen een welkome aanvulling. Voor iemand die €30.000 per jaar verdient, betekent zelfs een halvering van zijn werkgeverspensioen niet dat hij zakt van 70% naar 50%. Die wordt vooral geraakt als de AOW-toeslag vervalt. De visie van Gommer is vooral gericht op de hoger gesalarieerden met een groter spaarvermogen.
Een goede regeling bewust verslechteren omwille van de vergroting van pensioenbewustzijn gaat ons te ver. Een regeling vereenvoudigen maakt de communicatie wel weer een stuk makkelijker.
Celeste de Quelerij
(Deze column is gepubliceerd in het Financieel Dagblad van 2 maart 2010)